Is het je wel eens opgevallen dat er in de winter minder honden in je omgeving lijken te wonen? Dat je bij de eerste mooie lentedag verrast wordt door het aantal nieuwe viervoetige buurtgenoten in je woonwijk. Of dat je met regen en storm op de normaalgesproken ‘uitlaat-spitsuren’ opeens het rijk voor je alleen hebt? Ik moet zeggen dat ik geniet van die rust en ruimte, maar het zet me ook aan het denken. Want waar zijn al die honden? Moeten zij niet naar buiten?

Een vragenrondje bij mijn hondenvrienden en ik word geschokt aangekeken: “Hoezo niet naar buiten met slecht weer? Ben jij gek geworden! Natuurlijk wel!” Maar als ik doorvraag, weet iedereen wel een verhaal van een hond die maar één keer per dag buiten komt. Of de buurman van verderop die naar het plantsoen aan de overkant loopt, waar zijn hond in noodtempo plast en poept en vervolgens weer mee naar binnen wordt genomen.

Ook als ik vraag of hun hond wel eens ’s nachts eruit moet, wordt er instemmend gereageerd. “Ja zeker, dat komt voor, net als bij ons mensen.” Als ik vraag naar de begintijd met hun hond, als pup of herplaatser, hoor ik de meest uiteenlopende verhalen over onzindelijkheid, niet aan de lijn durven te ontlasten en allerlei varianten van ‘ongelukjes in huis’ door de tijd heen. Opvallend is dat mijn hondenvrienden dit als een normaal onderdeel zien van het leven met een hond.

In mijn netwerk op social media tref ik ook voornamelijk gelijkgestemden. Maar als ik verder lees in de diverse groepen, kom ik ook op minder prettige verhalen. Mensen die het vanzelfsprekend vinden dat hun hond dagelijks uren niet wordt uitgelaten, want “hij kan het prima ophouden”. Honden die moeite hebben met zindelijk zijn, die in de bench worden gehouden, “omdat ze hun eigen nest niet bevuilen”. Honden die bestraft worden op ‘ongelukjes’, waarbij de Middeleeuwse methode om de hond met zijn neus door de urine of ontlasting te halen, nog steeds wordt toegepast. Schokkend…

Wat me daarin ook zo pijnlijk raakt is de negatieve toon waarop men over de hond praat. Alsof de behoefte van de hond om zich geregeld te kunnen ontlasten als een last wordt ervaren. Of dat het onzindelijk zijn, wordt gezien als een daad van ondeugendheid, opstandigheid of zelfs met opzet zou worden gedaan “omdat hij het niet eens is met de gang van zaken”. Mensenlief… denk na!! Een hond wil alleen maar in harmonie met ons leven, dus hoe kom je zover dat je dit over jouw hond denkt?

Ik realiseer me goed dat een onzindelijke hond een enorme zorg is en dat het heel wat van ons vraagt om altijd alert te zijn op de signalen van je hond dat hij naar buiten moet, maar realiseer je dat je hond dit doet met een reden. Bij onzindelijkheid is er altijd sprake van stress, fysiek en of mentaal. Dus zoek hulp; sluit fysieke oorzaken uit en ga praktisch aan de slag onder deskundige begeleiding waarbij het welbevinden van je hond centraal staat.

Voor alle hondenbazen die een hond hebben die ‘het heel goed op kan houden’, haal ik graag de quote aan van mijn dierbare collega Sam Turner, Paws4Fun: “Dat het kan, houdt niet in dat het moet.” Bij het nemen van een hond staan onze eigen behoeften centraal: wij willen een hond. Maar met het in huis halen van een hond, heb je ook de verplichting om goed voor de hond te zorgen. Een hond is geen ding, het is een individu met behoeftes. En één van die behoeftes is het met grote regelmaat kunnen doen van zijn behoeften 😉

Dus weer of geen weer, lange werkdagen, dagjes uit, op bezoek gaan: neem je verantwoordelijkheid. Zorg dat je hond goed verzorgd wordt. Dat hij goed uitgelaten is voor je weggaat, dat hij meerdere keren per dag zich kan ontlasten. En dat als er een ‘ongelukje’ gebeurt in de vorm van een plasje of een drol, je hem niet bestraft, maar uitzoekt wat de reden is en wat jij eraan kunt doen om het in het vervolg te voorkomen.

Bedenk dat de hond het enige dier is dat zijn mens nodig heeft om zijn behoeften op een gewenste plek te doen. Jouw hond heeft jou dus nodig. Geef hem wat hij nodig heeft en dat is zeker een uitgesproken ‘Ja natuurlijk!’ als hij je aankijkt en vraagt “Mag ik? Want ik moet!”

Mag ik als ik moet?